Menu

Waar gaat het heen met het internet der dingen?

26-apr.-2018

Van speelgoed tot slimme meters, steeds meer apparaten krijgen een aansluiting op internet. Wie wil er immers niet zijn verwarming op afstand met een app aanzetten, of de speelgoedbeer op Instagram zijn kunsten laten vertonen? In de praktijk blijkt echter dat leveranciers van deze apparatuur massaal zwaar tekort schieten in hun beveiliging: de apparaten worden met stokoude besturingssoftware uitgeleverd en worden bij wijze van spreken op de toonbank al gehackt.

De fout van de consument, zou je denken. Die geeft kennelijk niets om zijn privacy, of heeft geen zin handleidingen te lezen waar gewoon in stáát dat je de pincode moet veranderen. Maar dat gaat me te ver. Mensen geven wel om veiligheid en privacy, maar gaan er vanuit dat een apparaat in een mooi doosje op de plank bij een bekende winkel gewoon veilig is. Auto’s zitten ook netjes op slot, je brood is vers en als een blik tomatensoep ontploft in de koelkast dan verdient dat aandacht in RTL Nieuws om half acht.

Dat model van vertrouwen nemen mensen gewoon mee naar digitale apparatuur, ook als die internet-enabled is. Handig joh, dat je op je smartphone de webcam thuis kunt bekijken. Maar het idee dat iedereen dan mee kan kijken omdat hij op een algemeen bekende poort draait en het standaardwachtwoord in de op internet staande handleiding te vinden is, dat speelt niet bij brood of tomatensoep. Dus ook niet bij die webcam.

De bal hoort te liggen bij de leveranciers van deze producten. Zij hebben zicht op de technologie en de risico’s en kunnen dit eenvoudiger oplossen dan individuele consumenten. Een probleem is natuurlijk wel dat dit geld kost en niet direct iets oplevert. Daarom moet hier een wettelijke regeling voor komen, die expliciet bepaalt dat een apparaat ICT-specifieke beveiliging moet hebben. Certificering zal dan waarschijnlijk nodig zijn, net zoals de bekende CE-certificering voor elektronica die we nu al hebben.